PDF Print

viering 18 november

Zaterdag 18 november 2017
In het evangelie van deze eucharistieviering komt indringend aan de orde wie de
rechtvaardigen zijn en wie niet. Bij de komst van de Zoon des mensen zal dat
duidelijk worden. De rechtvaardigen worden vergeleken met schapen die worden
gescheiden van de bokken. De rechtvaardigen blijken zich te hebben bekommerd om
de geringen. Zij die dat niet hebben gedaan worden vergeleken met bokken, of zoals
in de profetie van Ezechiël ook wel met rammen.
Wij kennen zulke mensen wel. Misschien herkennen we bepaalde trekken ervan ook
wel in onszelf. Om je doel te bereiken oefen je druk uit, je zet wat meer kracht, drukt
ergens tegenaan net zolang totdat de zwakkere bezwijkt of opzij gaat. In dit
evangelie is de basis gelegd voor de diaconie van de kerk: het dienen. Dat blijkt als
Jezus bekend maakt dat wat iemand heeft gedaan voor één van die geringste
broeders, aan hem is gedaan. Maar uit de reactie van beiden, zowel van de schapen
als de bokken, blijkt dat zij op het moment waarop zij dat al dan niet deden, niet
wisten dat zij Jezus dienden, of niet dienden.
Het criterium voor het dienen is niet dat je de broeder kent aan wie je hulp biedt,
maar zijn nood, zijn behoefte, zijn naaktheid. De brief van Paulus aan
Tessalonicenzen is hier helder in: ‘het moge zo zijn dat gij ook goed doet jegens al
de broeders in geheel Macedonië’, schrijft Paulus. Met andere woorden: onze
broederliefde geldt álle broeders en zusters. Het kan zomaar zijn dat Jezus ons
aanziet met de ogen van een gering mens die een beroep doet op onze hulp, zonder
dat wij het door hebben!